Wat is SNIF?

SNIF staat voor Sharp Needle Intradermal Fat grafting of in het Nederlands ‘Intradermale vettransplantatie met scherpe naald’. Deze techniek wordt toegepast om diepe rimpels op te vullen. Het biedt een veilig en doeltreffend alternatief voor de klassieke resorbeerbare dermale fillers voor patiënten die geen probleem hebben met het lichte ongemak veroorzaakt door het weghalen van vet uit de donorplaats.

Voordelen

  • Bijzonder langdurig effect, vele malen langer dan met resorbeerbare fillers.
  • Volledig natuurlijk materiaal.
  • Minimale ingreep met een laag risico op complicaties.
  • Verbetert de kwaliteit van de bovenliggende huid. Vooral bij gezichtsverjongende ingrepen kan dit heel belangrijk zijn.

Nadelen

  • Een operatieve ingreep is noodzakelijk waarbij wat ongemak ervaren kan worden bij het weghalen van vet uit de donorplaats.
  • Er kunnen meerdere ingrepen nodig zijn.

Hoe werkt SNIF?

Er wordt eerst ergens in uw lichaam een hoeveelheid lichaamsvet weggenomen, meestal uit de buik of de binnenkant van uw bovenbenen. Daarna wordt dit vet gewassen met een zoutoplossing en dan oppervlakkig in de huid geïnjecteerd met een scherpe, dunne 23G-naald om de rimpel(s) op te vullen.

Wat kan SNIF voor u betekenen?

SNIF kan rimpels helpen opvullen. Als we ouder worden, krijgen we rimpels door de bewegingen van onze mimiekspieren en verlies van huidelasticiteit. SNIF vult niet alleen de rimpels op, maar geeft de huid ook iets van zijn elasticiteit terug.

Het is ook aangetoond dat vettransplantaties een positief, verjongend effect hebben op de oudere of beschadigde huid. De cellen in vettransplantaties zijn in staat om beschadigd weefsel te ‘repareren’ en stimuleren vermoedelijke de huidcellen om stoffen te produceren die de huidelasticiteit en de afzetting van essentiële structurele eiwitten verhogen.

Wie is een goede kandidaat voor SNIF?

  • Iedereen met diepe rimpels in het gezicht. De persoon moet wel over genoeg vet beschikken om de rimpels te kunnen opvullen (meestal slechts enkele milliliters).

De gebieden waar de ingreep het meest wordt toegepast:

  • Gezicht

Wie is geen goede kandidaat voor SNIF?

  • Mensen die aan anorexia lijden of atleten waar überhaupt geen vet voor een transplantatie gevonden kan worden.

Hoe bereidt u zich voor op SNIF?

Er is geen specifieke voorbereiding op deze ingreep.

Het heeft geen zin te proberen voor de operatie zwaarder te worden door meer te eten dan normaal. Dit zorgt immers niet voor een toename van het aantal vetcellen, het voegt alleen volume toe aan de bestaande vetcellen. Dit extra volume gaat snel weer verloren zodra de inname van calorieën weer genormaliseerd wordt.

Hoe wordt SNIF uitgevoerd?

  • SNIF wordt meestal onder lokale verdoving uitgevoerd. Alleen als we SNIF combineren met andere ingrepen, passen we meestal algemene verdoving toe.
  • De donorplaats wordt altijd behandeld met een mengsel van lokale verdoving en adrenaline om postoperatieve ongemakken en kneuzingen te verminderen.
  • Liposuctie—Het vet kan door middel van liposuctie uit elk deel van het lichaam waar voldoende vet aanwezig is weggenomen worden. In de meeste gevallen is dat de buik of de bovenbenen, maar het kan ook uit de binnenkant van de knieën, de dijen, de billen, de buik of de ‘love handles’ gehaald worden.
  • Nadat lokale verdoving op de betreffende plaats is geïnjecteerd, wordt er een hele kleine incisie gemaakt en wordt het vet opgezogen met behulp van een stompe naald met meerdere openingen en een speciaal zuigpompje. De kleine incisie wordt met een oplosbaar steekje gehecht.
  • Filtratie— Het vet wordt gewassen en gefilterd om bloed, olie en plaatselijke verdoving van de vetcellen te scheiden.
  • Injectie van het vet— Bij behandelingen onder lokale verdoving wordt het ontvangende gebied met een minimale hoeveelheid lokale verdoving ingespoten waarna we de vetcellen met een dunne 23G-naald of injectiespuit injecteren. Bij behandelingen onder algemene verdoving, injecteren we geen lokale verdoving omdat men heeft gemerkt dat de lokale verdoving een negatief effect heeft op de overlevingskansen van het geïnjecteerde vet.
  • Bij het transplanteren brengen we met elke serie injecties steeds hele kleine hoeveelheden vet in. Op deze manier komt het getransplanteerde vet in direct contact met de omringende weefsels, waardoor het vet heel snel in de vaten kan groeien. Zo kan het vet overleven.
  • Normaal gesproken kan de rimpel gevuld worden door er één keer met de naald overheen te gaan. Als de rimpel extreem diep is, kunnen meerdere series injecties nodig zijn.
  • MAFT-pistool— Om het vet te injecteren gebruiken wij een MAFT-pistool. Dit is een innovatief instrument ontwikkeld door Dr. Lin uit Taiwan. Dit pistool maakt gelijkmatige en precieze injectie van bijzonder kleine druppels vet mogelijk, meer bepaald van druppels met een diameter van slechts één millimeter. Het is bewezen dat dit de optimale diameter is voor het overbrengen van de vetdruppels.
  • Met dit instrument is niet alleen het percentage overlevende vetcellen hoger, de mate van zwelling en kneuzing is ook aanzienlijk minder.
  • De hoeveelheid vet die overleeft is afhankelijk van het deel van het lichaam waar het vet geïnjecteerd wordt en verschilt ook van persoon tot persoon. Wij hebben de indruk dat gemiddeld 50 procent van het geïnjecteerde vet er zes maanden later nog steeds zit. Daarom wordt er tijdens de ingreep enigszins overgecorrigeerd.
  • Wij zijn optimistisch dat we met het MAFT-pistool een veel hoger overlevingspercentage voor het getransplanteerde vet bereiken.
  • Na zes maanden kunnen we spreken van een definitief resultaat omdat we daarna niet veel verandering meer zien. Hoe het getransplanteerde vet zich in de komende jaren/decennia zal gedragen is nog niet bekend. Het is echter waarschijnlijk dat het normale verouderingsproces zich zal voortzetten en dat het vet langzaam verdwijnt. Tegelijk verwachten we ook dat het verschil dat de transplantatie gemaakt heeft bijzonder langdurig zal zijn.
  • Na zes maanden kan, indien noodzakelijk, een volgende vettransplantatie worden uitgevoerd totdat het gewenste effect is bereikt. Ongeveer 20 procent van onze patiënten hebben een tweede behandeling nodig.

Hoe ziet het gemiddelde behandelingsplan voor SNIF eruit?

Als er enkel SNIF wordt toegepast, gebeurt dit poliklinisch.

Wat kunt u verwachten en wat moet u doen tijdens de herstelperiode na SNIF?

  • Zwelling— Direct na de ingreep kan het geïnjecteerde gebied opgezwollen en blauw zitten.
  • In het begin zal de correctie er misschien wat overdreven uitzien. Meestal overcorrigeren we een beetje, wat inhoudt dat er meer vet wordt geïnjecteerd dan eigenlijk nodig is. Dat doen we omdat ongeveer 50 procent van de getransplanteerde vetcellen niet overleven.
  • Na twee of drie dagen na de ingreep zult u zich zeker genoeg voelen om naar buiten te gaan en uw normale, sociale leven weer op te pakken. Als er blauwe plekken zijn opgetreden kunnen die iets langer zichtbaar blijven maar u kunt dit redelijk eenvoudig maskeren met een goede concealer.
  • Na vier maanden heeft u een goede indruk van wat het uiteindelijke resultaat na zes maanden zal zijn.
  • Andere veel voorkomende nawerkingen
    • Ongemak
    • Voorbijgaande gevoelloosheid (duurt een aantal dagen)
    • Kneuzing
  • Correctie—Een tweede sessie kan noodzakelijk zijn om een eventueel tekort aan volume aan te vullen. Of vetcellen overleven hangt af van verschillende factoren. Uw lichaam neemt zelf op natuurlijke wijze vet op en daarom moet de chirurg in eerste instantie te veel vet injecteren. Het slaagpercentage kan behoorlijk variëren. Hoe dan ook, een bepaalde hoeveelheid vet wordt door het lichaam weer geabsorbeerd en soms is maar een bepaald percentage blijvend, hoewel nieuwe technieken een steeds langere levensduur laten zien.

Wat zijn de risico’s van SNIF?

Algemene complicaties

  • Wondinfectie (< 1%)

Complicaties die specifiek zijn voor deze ingreep:

  • Reabsorptie van vet waardoor een aanvullende operatie nodig is

Hoe lang kan ik verwachten dat het resultaat van SNIF blijft?

Hoe het getransplanteerde vet zich in de volgende jaren/decennia zal gedragen is nog onbekend. Het is echter waarschijnlijk dat het normale verouderingsproces zich voortzet en dat er zich nieuwe rimpels vormen. Tegelijk verwachten we ook dat het verschil dat de transplantatie gemaakt heeft heel lang zal duren, misschien wel voor altijd.

Cookiebeleid
Deze website maakt gebruik van cookies. Om meer te vernemen over het gebruik van deze cookies, klik hier. Als u verder surft, geeft u o2 Clinic toelating om deze cookies te gebruiken. Opgelet, het blokkeren van bepaalde cookies verhindert het correct functioneren van de website.